Google vervangt FID met INP in de Core Web Vitals
De 3 belangrijkste metingen van Core Web Vitals
In mei 2020 introduceerde Google de Core Web Vitals, een set metingen die belangrijk zijn voor de gebruikerservaring op een website. Vanaf mei 2021 werd dit een officiële rankingfactor, waardoor de gebruikerservaring vanaf toen daadwerkelijk invloed uit gingen oefenen op jouw plek in de zoekmachine.
Google heeft nu aangekondigd dat er binnen deze metingen in maart 2024 iets gaat veranderen.
De Core Web Vitals bestaan nu nog uit de volgende metingen:
1. Largest Contentful Paint (LCP)
Dit meet de laadsnelheid van een pagina en geeft aan hoe lang het duurt voordat het grootste zichtbare element op het scherm wordt weergegeven. Idealiter is deze 2,5 seconden of sneller.
2. First Input Delay (FID)
Dit meet het reactievermogen van een pagina en geeft aan hoe lang het duurt voordat een gebruiker interactie kan hebben met de pagina. Bijvoorbeeld het klikken op knoppen en invullen van formulieren. Een goede FID-score is minder dan 100 milliseconden.
3. Cumulative Layout Shift (CLS)
Dit meet de visuele stabiliteit van een pagina en geeft aan hoe vaak onverwachte layout verschuivingen optreden tijdens het laten. Dit kan voor frustratie bij de gebruiker zorgen, bijvoorbeeld als ze daarom per ongeluk op een verkeerde knop klikken. Een goede CLS-score is minder dan 0,1.
Volgend jaar zal FID vervangen worden voor INP, voluit: Interaction to Next Paint. Het grootste verschil met FID is dat INP rekening houdt met alle interacties op een pagina. FID hield alleen rekening met de eerste interactie en de invoervertraging van deze eerste interactie. Niet de tijd die nodig is om de gebeurtenis uit te voeren of de vertraging bij het tonen van het volgende frame. NP, voluit: Interaction to Next Paint. Het grootste verschil met FID is dat INP rekening houdt met alle interacties op een pagina.

INP beoordeelt dus écht de responsiviteit van een webpagina. Google geeft onderstaand voorbeeld van een goede versus een slechte responsiviteit. Google geeft onderstaand voorbeeld van een goede versus een slechte responsiviteit:

De gedachtegang achter FID was voornamelijk dat als de eerste interactie met een pagina in de laadfase weinig of geen waarneembare invoervertraging heeft, de pagina een goede indruk maakt op de gebruiker. Bij INP gaat het om meer dan alleen die eerste indruk. Door alle interacties te verzamelen kan de responsiviteit veel breder worden beoordeeld. Dat maakt INP een betrouwbaardere indicator wordt van de algehele responsiviteit dan FID.
Nog geen reacties.